Is onze privacy in goede handen op sociale media?

18-02-2012

‘Als mensen meer delen, wordt de wereld opener en meer verbonden, en dus een betere wereld.’ Dit zijn de woorden van Mark Zuckerberg, oprichter en CEO van Facebook. Maar vergis u niet: achter deze prachtige missie zit een uitgekiend businessmodel. Een model waarbij met de grenzen van onze privacy geflirt wordt. Logisch dus dat gebruikers bezorgd zijn om wat er met hun persoonlijke gegevens gebeurt. Amerikaanse privacy-commissies die klacht indienen tegen Facebook, een recente ‘Quit Facebook Day’, de Europese commissie die Facebook op de agenda zet, ... Wat is er aan de hand?

De toenemende digitalisering en de explosie van sociale media hebben ons vreugde en plezier gegeven. We ontdekken oude vrienden en collega’s, delen lief en leed met ons netwerk en lezen authentieke commentaren van gebruikers over merken en bedrijven. En voor zelfstandigen en ondernemers zijn die sociale media een prachtig platform om aan ‘personal branding’ of aan ‘image building’ te doen. En ‘delen’: dat doen we massaal. Zo plaatsen - anno 2012 - bijna 1 miljard mensen informatie over zichzelf, hun partner, hun kinderen, hun familie, hun zaak, hun klanten, hun werkgever, ... op Facebook. En met de nieuwe Timeline heeft Facebook al die informatie in één overzichtelijke tijdslijn gepresenteerd. Waarbij informatie die tot nu toe redelijk verborgen zat, aan de oppervlakte komt drijven (lees ook ‘Facebook draait met de Timeline de logica om’).

Mijn zorgen als marketeer. Sociale media zijn een absolute verrijking voor de consument en de marketingsector. Samen met zoekmachines als Google hebben ze het marketingvak op zijn kop gezet. We kunnen met kleine budgetten onze doelgroep bereiken en bespelen. En zijn niet meer alleen afhankelijk van (dure) reclame. Maar ik heb schrik dat de marketingsector steeds verder zal polariseren. Aan de ene kant zullen er merken en bedrijven zijn die - op een authentieke, eerlijke en duurzame manier - een relatie met klanten en prospecten zullen opzetten via sociale media. Aan de andere kant zie ik merken en bedrijven die steeds harder inzetten op Social Media Advertising. En hoe meer ze weten over ons, hoe meer ze ons kunnen bestoken met advertenties.

Mijn zorgen als consument. Ook als consument stel ik mij vragen bij mijn privacy. Gooit Facebook die nu echt te grabbel? Heeft het sociaalnetwerk respect voor mijn data, voor mijn privacy? En staan de wetgevers klaar om mij te beschermen tegen misbruik? In dit artikel kan ik geen pasklare antwoorden geven op deze vragen. Maar ik wil tenminste het debat openen, met onderstaande 3 stellingen.

Stelling 1: Mensen beslissen nog altijd zelf hoe sociaal ze zijn.

Niemand verplicht u om ‘sociaal’ te wezen op het internet. Geen enkele wet zegt dat u op Facebook of op andere sociale media aanwezig moet zijn. Als consument heeft u dus nog steeds de volle verantwoordelijkheid voor de keuze om op één of ander sociaal netwerk te communiceren. Maar: mensen zijn van nature sociale wezens. En bij sommige consumentengroepen is de sociale druk (té) groot om aan de zijlijn te blijven staan.

Helaas realiseren de meesten onder ons zich niet dat alle informatie op sociale media wordt verzameld in een gigantisch grote database. We hebben problemen met een bodyscan op de luchthaven, of vinden een vingerprint afstaan bij het afhalen van ons paspoort ‘misdadig’. Maar lief en leed delen op sociale media? Geen probleem.

Dat brengt ons bij de ‘voorkant’ van de sociale media, datgene wat zichtbaar is op onze profielpagina’s. Hier hebben we controle over (u post een bericht nog altijd zelf), en kunnen we beroep doen op heel wat privacy-instellingen. Maar die zijn weinig bekend bij gebruikers, en vereisen de nodige (digitale) vaardigheden.

Ik denk hierbij aan een instelling als ‘Directe personalisatie’. Hierover is in de Verenigde Staten heel wat rumoer ontstaan bij privacy-partijen. Met directe personalisatie gebruiken partnersites van Facebook (zoals bijvoorbeeld TripAdvisor) jouw publieke Facebook-gegevens wanneer jouw vrienden deze site bezoeken. Ze hoeven zelfs niet in te loggen. Jouw vrienden kunnen dan je commentaren zien, en je direct om raad vragen. Deze instelling staat al standaard aangevinkt in het profiel van Belgische consumenten, maar is nog niet actief.

Kort samengevat: iedereen die beslist om op een sociaal netwerk als Facebook actief te zijn, heeft de verantwoordelijkheid voor de communicatie die publiek wordt gemaakt. U beslist zelf hoe ver u wilt gaan in het vrijgeven van uw persoonlijke of professionele data.
Maar neem absoluut de tijd om uw privacy-instellingen onder de loep te nemen. En sluit de deur waar u dat nodig acht. Het zijn nog altijd de gebruikers zelf die zorgen voor de sociale communicatie, niet het sociaal netwerk zelf.

Stelling 2: Voor gratis plezier mogen we best wat privacy vrij geven.

Laat ons niet flauw doen. De bedrijven achter sociale netwerken zijn geen vzw’s. Ze hebben een visie, een missie en - vooral - een businessmodel. Met andere woorden: ze moeten geld opbrengen, return on investment bieden voor hun oprichters, managers en aandeelhouders. Daar is niets mis mee.

Facebook verdient geld met het verkopen van data. Onze data. En over de manier waarop ze dat doen, zijn ze bij Facebook niet zo open en transparant. Het lijkt erop dat Facebook permanent hun normen aan de wereld probeert op te leggen, totdat ze worden teruggefloten. Ze doen 3 stappen vooruit, tot ze er - onder dwang - terug 2 moeten achteruit doen. Maar ze zetten dan wel nog altijd een stap vooruit.

Andere internetbedrijven zijn echter ook geen lieverdjes. Ook Microsoft, Google en Yahoo liggen vaak onder vuur omdat ze de manier waarop ze data van hun bezoekers bewaren niet strookt met de Europese privacywetten.

Een voorbeeld? Zelfs als berichten op sociale media worden verwijderd kunnen deze met zoekmachines worden teruggehaald. En in 2012 werd een term als ‘digitaal herkennen’ gelanceerd. Hierbij kunnen partijen als de overheid alle informatie die op sociale media beschikbaar is over personen, groepen, bestanden, boodschappen, … verzamelen. En web 3.0, het zogenaamde semantische web, zou in de toekomst gebruik maken van alle data die we in het verleden gepost hebben op het internet, om die data ‘intelligent’ te maken voor adverteerders. En wat gezegd van de pharma-sector? Die gebruikt in de Verenigde Staten de medische gegevens die Facebook-gebruikers over zichzelf vrijgeven, om gerichte advertenties te plaatsen. Facebook verkoopt deze data aan de pharma-sector.

Sommigen denken dan: sociale media zijn gratis voor mij, dus vind ik het OK als ze data van gebruikers verkopen aan adverteerders. Liever dat dan betalen voor een sociaal netwerk. En die gebruikers moeten maar niet zo dom zijn om al hun privé-gegevens bloot te geven.

Stelling 3: de overheid moet de spelregels beter vastleggen.

Ik denk dat dit debat nu echt moet worden gevoerd, met betrokkenen van alle kanten aan de tafel: de privacy-commissies, de Europese regering, vertegenwoordigers van de “nieuwe media”, ministeries van onderwijs (wie moet wie opleiden?), de politie, de wetgever, media-specialisten, juridisch adviseurs, sociologen, …

Om te vermijden dat fatsoenlijke grenzen overschreden worden (denk hierbij terug aan de bankencrisis - veroorzaakt door exponentieel speculeren met geld), zullen spelregels moeten gezet worden. Vooral de wetgever moet er voor zorgen dat de grenzen van onze privacy bewaakt worden. En dat is een moeilijke opdracht. Immers: hoe kunnen we dromen van de perfecte privacy in een wereld die zo open en transparant is als het internet?

Opmerkelijk feit: de gebruiker zelf lijkt momenteel nog niet echt wakker te liggen van zijn privacy op sociale media. Op ‘Quit Facebook Day’ bedroeg het aantal opzeggingen een schamele 34.000.

Mijn aanbevelingen

  • Zet de privacy-instellingen op sociale netwerken standaard zo ‘gesloten’ mogelijk;
  • Bij een veranderd privacy-beleid moet het sociaal netwerk hier open en transparant over communiceren;
  • Vermijd dat gebruikers op een laagdrempelige manier berichten automatisch publiek kunnen verspreiden;
  • Maak het schrappen van een account zo gemakkelijk mogelijk;
  • Wis, wanneer een account geschrapt wordt, alle data automatisch;
  • Verbied dat sociale netwerken persoonlijke gegevens verkopen, aan welke partij dan ook. Maar: het is logisch dat adverteerders ‘gericht’ moeten kunnen blijven adverteren. Maar de data zelf mag niet in handen van adverteerders komen. Die moet steeds binnen het sociaal netwerk blijven.

Herbeluister het interview dat ik over dit thema gaf aan het Radio 1-programma ‘Peeters & Pichal’.

Geschreven door Peter Desmyttere in Internet, Klantenbelevenis.